Feeds:
Berichten
Reacties

De Stichting Nationale Herdenking ’s-Gravenhage en de Haagse Gemeenschap van Kerken nodigen u van harte uit voor een bijzondere herdenkingsbijeenkomst op 4 mei. Om 20 uur vindt op het Carnegieplein de kranslegging en het defilé plaats in het kader van de nationale dodenherdenking. Aansluitend is er een Vredesconcert in de nabijgelegen Anglicaanse Kerk (Ary van der Spuyweg 1). Daar worden door het koor van de Anglicaanse Kerk onder leiding van dirigente Christina Edelen werken uitgevoerd van Johann Michael en Johann Sebastian Bach, Thomas Tonkins en Henry Purcell. Ds. Trinette Verhoeven (predikant in Den Haag Centrum) gaat in gesprek met een jonge Syrische vrouw uit Damascus.

Iedereen is van harte welkom.

HGK – A4 – 4 meiHGK-flyer 4 meiHGK – A4 – 4 meiHGK-flyer 4 meiHGK – A4 – 4 mei

HGK-flyer 4 mei

Advertenties

100-year-old Bataan Death March survivor Col. Ben Skardon, a beloved Clemson University alumnus and professor emeritus, walked between 6.5 and 7 miles in the Bataan Memorial Death March at White Sands Missile Range, N.M., March 25, 2018. KEN SCAR/CLEMSON UNIVERSITY

 

By ALI LINAN | Las Cruces Sun-News, N.M. (Tribune News Service) | Published: March 25, 2018

LAS CRUCES, N.M. Dawn had yet to break, but thousands of people had already gathered at White Sands Missile Range Sunday for the 29th annual Bataan Memorial Death March.

This year’s march saw the largest number of participants nearly 8,500 an 18 percent increase over last year. Some wore military uniforms carrying 35-pound rucksacks while others chose colorful red, white and blue tutus. Retired Col. Beverly “Ben” Skardon selected an orange shirt in honor of his alma mater Clemson University and a white fedora.At 100 years old, this would be the 11th memorial march in 12 years for Skardon, a Bataan Death March survivor. His participation makes him not only the oldest marcher but the only survivor to ever walk in the event.

“(Participating in the march) means a lot to me personally because that march and the men hang heavy on me. I’ve never forgotten it,” Skardon said. “While I walk, it seems to me, my memory flashes back, and I get emotional.”

The march requires participants to make their way through 14.2 or 26.2 miles of the high desert terrain of White Sands Missile Range.

During the infamous 1942 World War II Bataan Death March, 68,000-plus civilians and Filipino and American prisoners of war were forced to walk at the hands of their Japanese captors through Philippine jungle with little food or water. Some captives were executed; others died from disease and illness either during the march or while kept as prisoners afterward.

About 1,800 of those forced to walk were New Mexicans who served with the 200th Coastal Artillery and 515th Coast Artillery at Bataan. They were members of the New Mexico National Guard.

Skardon was not a New Mexican, but has become familiar with the Land of Enchantment in recent years through his participation in the memorial march.

He joined the military after graduating from Clemson College in 1938 where he entered as a second lieutenant. During World War II and prior to the death march, Skardon had already received two Silver Stars, three Bronze Stars and a Purple Heart for his commitment in commanding a battalion of Filipino Army recruits.

But on April 9, 1942, Skardon became one of the many POWs forced to march about 70 miles over five days before being shoved in to train carts and shipped to prison camps. They were starved and beaten and many died.

Skardon, too, was close to death. He was severely ill with malaria and beriberi and said he survived thanks only to his fellow Clemson grads Henry Leitner and Otis Morgan, who spoonfed him, carried him to be bathed and cleaned his eyes from infection.

“I do (the march) as a tribute and honor to my Clemson friends. Two and a half years in the prison camp and we became like brothers,” Skardon said. “They are at the foremost of my mind.”

Skardon was released in 1945. He was 27 years old and weighed 90 pounds.

“It’s a whole era out of my life,” Skardon said of his time as a POW. “When I start talking about it I get graphic (images) in front of me.”

Lees verder »

Felix Jans (l) (Foto: ANP)Felix Jans (l) (Foto: ANP)

DEN HAAG – In Den Haag is Felix Jans, voor zover bekend de laatste Nederlandse overlevende van de Slag in de Javazee (1942), overleden. Dat meldt de website Indisch4ever, die schrijft over voormalig Nederlands-Indië en Indonesië gerelateerde onderwerpen.

Bij de slag waarmee de geallieerden hoopten een Japanse invasievloot tegen te houden en zo een aanval op Java te voorkomen, voer Jans op de torpedojager Hr. Ms. Kortenaar als matroos der derde klasse, schrijft de NOS. Toen de Kortenaar zonk na een Japanse voltreffer, klampte Jans zich vast aan een reddingsboei en kon hij zich een nacht lang in leven houden tot de Britse marine hem uit zee viste.

‘Meneer Jans, wij zijn ontzettend blij dat u bij ons bent vandaag. Uw verhaal inspireert van A tot Z. U toonde een ongelooflijke veerkracht. En juist door te verhalen over toen, over u en uw kameraden, worden we ons steeds weer bewust van de volle omvang van die gebeurtenissen én de betekenis daarvan voor nu’, zei Jeanine Hennis-Plasschaert, de toenmalige minister van Defensie, vorig jaar tijdens een herdenkingsbijeenkomst waar Jans ook bij was.

915 marinemannen omgekomen

Van de 151 man aan boord van de Kortenaar verdronken er zo’n vijftig. De Slag in de Javazee kostte 915 Nederlandse marinemannen het leven, onder wie meer dan tweehonderd Indisch-Nederlandse militairen.

Later in de oorlog stuurde de Japanse bezetter Jans naar Thailand om te werken aan de Birmaspoorlijn. Ook die ontberingen wist hij te overleven. Na de oorlog kwam hij naar Nederland en ging daar voor defensie werken.

Bron: http://www.omroepwest.nl

‘Het verlies van een kind slaat een gat in een familie’ Warnsvelder Henri Dekker heeft woensdag 14 maart postuum een oorlogsonderscheiding ontvangen. Burgemeester Annemieke Vermeulen reikte het Mobilisatie-Oorlogskruis uit aan de nicht van Henri, Ine van Leeuwenburg- Dekker: “Mijn vader was zijn lievelingsbroer, ik vind het een hele eer dit voor mijn oom te mogen doen.” Bij het Monument voor de Gevallenen aan de Veldesebosweg in Warnsveld staat Ine Leeuwenberg- Dekker al met haar man te wachten. “Als kind kwam ik hier ieder jaar voor de herdenking, samen met mijn vader en grootvader,” vertelt ze. “En nu sta ik hier na al die jaren weer.” Haar gezicht straalt, evenals de lentezon: “Ik had er nooit aan gedacht dat zoiets kon. Dat mijn oom Henri nu deze onderscheiding krijgt vind ik heel bijzonder. En dat precies nu, op de dag af 76 jaar geleden nadat hij werd doodgeschoten.” Hans (Henri) Dekker was een echte geboren en getogen Warnsvelder. Al jong wist hij dat hij planter wilde worden in Nederlands Indië. Eenmaal op Sumatra werd hij bij het uitbreken van de oorlog met Japan in 1941 opgeroepen om in dienst te treden van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL).

Lees verder »

By Rebecca Burgess

January opened with President Donald Trump’s directive to the various Secretaries of Defense, Veterans Affairs, and Homeland Security to formulate a “Joint Action Plan” for supporting veterans in their transition to civilianhood by expanding suicide prevention resources. January ended with the viral video of a California schoolteacher lambasting present, past, and future veterans as the “freakin’ lowest of the low” — society’s permanent failures — to a classroom of underage students. Equating military recruiters to pimps, the teacher excoriated the idea that anything positive could be linked with the military.

A continent apart in more than tone, the president’s executive order and the teacher’s rant nonetheless share an underlying premise: Veterans are a uniquely afflicted group. Despite a wealth of contrary evidence and both military and civilian observers urging a change in perspective, the broken veteran narrative has had an astonishing resilience.

America does have a “veteran problem,” but perhaps not the one we’ve concentrated our popular attention on. Nor is today’s version unique to the 21st century.  Throughout U.S. history, war generations have emphasized either the challenge veterans can pose to social stability, or the challenge commercial society can pose to the disabled veteran. Legislative solutions have been framed accordingly: The particular tone of veteran legislation has historically emphasized the disadvantages, if not “brokenness,” of veterans.

Lees verder »

08 februari 2018 | 15:16

Ere wie ere toekomt, aldus Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht luitenant-generaal Hans van Griensven. Hij reikte gisteren op de Zwaluwenberg postuum 6 Mobilisatie-Oorlogskruisen uit aan nabestaanden van militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). 

“6 mensen die door de loop van de geschiedenis nooit erkenning en waardering hebben gekregen voor hun rol in die geschiedenis. Vandaag zijn wij bij elkaar om dat recht te zetten. Om na al die jaren alsnog erkenning en waardering te tonen”, zei Van Griensven.

Landstorm en Stadswachten

De KNIL-militairen boden gewapend verzet tegen de oprukkende Japanse militairen in de buurt van het dorp Porsea in Midden-Sumatra. Ze namen deel aan gevechten die tussen 12 en 26 maart 1942 op Sumatra plaatsvonden. Dat is nadat de rest van Nederlands-Indië had gecapituleerd.

Lees verder »

9 februari 2018

Donderdag 8 februari was een bijzondere dag voor de heer Benjamin Urich (95). In het oude stadhuis te Den Haag ontving hij vanmorgen uit handen van burgemeester Pauline Krikke het Mobilisatie Oorlogskruis en het Ereteken voor Orde en Vrede. Ook werden postume onderscheidingen uitgereikt voor zijn beide broers, Jacob Jan Willem en Louis Adolf John Urich.

Het is ruim 76 jaar geleden dat een dramatische periode aanbrak in het leven van Benjamin Urich en in de levens van zijn oudere broers Jacob en Louis. Op 8 december 1941 werden zij alle drie onder de wapenen geroepen. Benjamin was net klaar met de Kweekschool. 19 jaar jong.

 

8000 krijgsgevangenen

Nederland had Japan de oorlog verklaard, na de aanval op Pearl Harbor van een dag eerder. In januari 1942 drong de oorlog door tot Nederlands-Indië. Twee maanden later moest Nederland capituleren. Een krijgsgevangenschap van bijna drieënhalf jaar begon. Een periode die heel veel slachtoffers heeft gemaakt. Meer dan 8.000 Europese krijgsgevangenen, bijna 20 procent van het totale aantal, zou de bevrijding niet beleven.

Birma

Dat Benjamin en zijn broers het wel overleefden, mag dan ook een wonder heten. Het lot bracht hem en zijn oudste broer Jacob weer bij elkaar in Birma. Daar werden ze te werk gesteld aan de Birma-Siamspoorlijn. Beschut door het duister sloop Benjamin nachts het kamp uit, om handel te drijven met de plaatselijke bevolking. Om zo extra eten te organiseren.

Toen het werk aan die beruchte spoorlijn klaar was, werd Benjamin naar Bangkok gebracht. Daar was het dat hij en Jacob weer de vrijheid mochten proeven. Op 15 augustus 1945.

Zijn broer Louis was in Japan terechtgekomen en moest daar in de mijnen werken. Ook hij werd bevrijd in die augustusdagen die de vrede brachten in Azië. Maar de vrede was helaas van korte duur.

Gurkha’s

Benjamin en zijn broers werden al snel opnieuw in een uniform gestoken en bewapend. Opgeleid door Brits-Indische Gurkha’s, werd hij ingescheept richting Singapore en vervolgens naar de Kleine Soenda-eilanden in voormalig Nederlands-Indië. Daar ging hij aan de slag voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL).

Er werden chauffeurs gevraagd en een maat van Benjamin zei: meld je ook! Dat deed Benjamin – niettegenstaande het feit dat hij helemaal niet kon autorijden, maar dat had hij snel onder de knie. En zo reed Benjamin een zware vrachtwagen, met 16 soldaten erop en een sergeant naast hem, vanuit het schip het strand op, het oerwoud in.

Naar Nederland

Benjamin en zijn broers verlieten in 1947 en 1948 het leger en kwamen uiteindelijk alle drie op verschillende suikerondernemingen terecht. Medio jaren vijftig vertrokken ze allemaal naar Nederland om uiteindelijk in 2018 erkenning te krijgen voor hun inzet.

Burgemeester Krikke benoemde dat in haar toespraak:

In die tijd was Nederland nogal spaarzaam met het uitspreken van erkenning en waardering voor oud-leden van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Los daarvan was er in tijd niet veel aandacht voor wat zich tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië had afgespeeld. Zo heeft het lang geduurd, eer die erkenning en waardering er wel kwam.

Betrokken

De burgemeester gaf ook aan dat ze als voormalig burgemeester van Arnhem nauw betrokken was geraakt bij de Indische gemeenschap en de overlevenden van de Japanse kampen. “Het betekent dan ook veel voor mij dat ik vandaag niet alleen aan u, maar ook aan de kinderen van uw overleden broers alsnog het Mobilisatie-Oorlogskruis, het Ereteken voor Orde en Vrede en het Demobilisatie-Insigne van het KNIL mag uitreiken”, zo verwoordde ze het in haar toespraak.

 

Bron: http://www.veteraneninstituut.nl

Foto’s: Martijn Beekman

Lees verder »

%d bloggers liken dit: